Tuintips


Een vlindervriendelijke tuin


Ook in je eigen tuin kan je zelf iets doen voor vlinders. Gladgeschoren gazons met een coniferenrij ernaast zijn niet meteen vlindervriendelijk. Een meer natuurlijke tuin is vaak veel aangenamer om in te vertoeven en vergt minder onderhoud. Met een paar eenvoudige maatregelen kan je je tuin aantrekkelijker maken voor vlinders. En je levert meteen een bijdrage aan de verbetering van ons leefmilieu. Want de totale oppervlakte aan tuinen is vele malen groter dan die aan beschermd natuurgebied.
Hier vind je alvast enkele vlindervriendelijke tuin-tips.

 

  1. Voedsel voor rupsen – waardplanten

 

Alle dieren hebben voedsel nodig om te kunnen overleven. Vlinders fladderen vrolijk van bloem naar bloem om nectar te drinken en zijn vaak tevreden met verschillende soorten bloeiende planten. Rupsen zijn heel wat minder mobiel en ze zijn dikwijls bijzonder kieskeurig. Vlinders moeten ervoor zorgen dat ze hun eitjes leggen op de plant die de rups graag eet. Wanneer de rupsen dan uitkomen, vinden ze een overvloed van hun favoriete hapje.
De planten waarop vlinders hun eieren leggen worden waardplanten genoemd. De meeste vlindersoorten beperken zich tot een aantal waardplanten.

 

a..Meer weten over welke waardplant door welke vlinder wordt gebruikt?

 

groot en klein koolwitje: koolsoorten en andere kruisbloemigen, zoals damastbloem en koolzaad, oost-indische kers
klein geaderd witje: kruisbloemigen, zoals look-zonder-look en pinksterbloem
oranjetipje: look-zonder-look, pinksterbloem en judaspenning
citroenvlinder: vuilboom, wegedoorn
kleine vuurvlinder: schapenzuring, veldzuring
boomblauwtje: vuilboom, klimop, struikhei, hulst, wegedoorn, vlinderstruik en kattenstaart
icarusblauwtje: diverse klaversoorten zoals hopklaver, rolklaver en gewone rupsklaver
distelvlinder: diverse distelsoorten, kleine klit, kaasjeskruid en brandnetels
atalanta: grote en kleine brandnetel
dagpauwoog: grote brandnetel
kleine vos: grote brandnetel
gehakkelde aurelia: grote brandnetel, hop, iep, aalbes
landkaartje: grote brandnetel

 

b...Hoe kan je waardplanten toepassen in je tuin?

 

De meeste waardplanten zijn inheemse soorten. Je kan waardplanten in verschillende groenvormen in je tuin inpassen.
Bloemenweide
Heel wat waardplanten komen van nature voor in graslanden. Door een stukje van je gazon om te vormen tot een bloemenweide, kan je heel wat waardplanten in je tuin integreren. De meeste soorten kan je ook gewoon in een bloemenborder toepassen of in potten op je terras of balkon zetten. Zandoogjes en dikkopjes gebruiken grassen als waardplant.
Op droge bodems kan je gewone rolklaver (voor icarusblauwtje) en kruisbloemigen (voor witjes) inzaaien. Op natte bodems kan je kiezen voor pinksterbloemen.
Bomen en struiken, klimplanten
Vlinders houden van een gevarieerde begroeiing met veel structuurvariatie. Met bomen, struiken, klimplanten, hagen en heggen geef je structuur aan je tuin. Vuilboom, hulst, wegedoorn, vlinderstruik, iep, aalbes, klimop, oost-indische kers en hop zijn belangrijke waardplanten.
Brandnetel
Brandnetels zijn meestal niet zo’n geliefde planten in een siertuin. Omdat verschillende vlinders brandnetels als waardplant gebruiken, kan je toch ergens in een hoekje van je tuin een bosje brandnetels laten staan. Je bewijst er alleszins de kleine vos, de dagpauwoog, de atalanta, het landkaartje en de gehakkelde aurelia een dienst mee. Het landkaartje en dagpauwoog zullen vnl. brandnetels kiezen die op een vochtige plek in de halfschaduw groeien tegen een bomen- of struikenrand. Kleine vos verkiest brandnetels in de zon.
Brandnetels groeien voornamelijk op stikstofrijke plaatsen. Je kan ze combineren met stinkende gouwe, geranium phaeum, hondsdraf, fluitenkruid, boterbloemen…Zo krijg je een heel aantrekkelijke, kleurrijke begroeiing met brandnetels. Nabij de composthoop schieten dikwijls vanzelf brandnetels op.
Een plekje met brandnetels kan je aantrekkelijker maken door het in een vorm te snoeien zoals je met buxus doet.
Ook jij kan meegenieten van de brandnetels. Er zijn tal van lekkere recepten met brandnetels: brandnetelsoep, brandnetelkaastaart, brandnetelsoufflé, sausjes...

 

c...Waardplant en nectarleverancier in één

 

Pinksterbloem, look-zonder-look, damastbloem en judaspenning zijn behalve een nectarbron voor veel soorten dagvlinders ook waardplanten voor oranjetipje en klein geaderd witje. Ook distels zijn zowel waard- als nectarplant. Maar let op: akkerdistels woekeren! Als alternatief kan je kiezen voor knikkende distel (zandig, niet te arm), wollige distel (rijke grond) of wegdistel (prachtige, zeer grote plant)

 

2.Voedsel voor vlinders - nectarplanten

 

Vlinders zijn verzot op nectar. Die nectar vinden ze in bloemen. Planten hebben er alle voordeel bij veel insecten aan te trekken omdat die instaan voor hun bestuiving. Om zoveel mogelijk vlinders aan te trekken halen bloemen een hele trukendoos boven: met kleuren, vormen en hoogtes trachten ze vlinders naar hun bloemen te lokken.
Hieronder een aantal planten die uitblinken in het aantrekken van dagvlinders:
Vlinderstruik (Buddleja sp.) - Er zijn veel verschillende soorten vlinderstruiken in de handel verkrijgbaar. Kies voor winterharde soorten zoals Buddleja alternifolia en Buddleja davidii.

Zinia elegans Voor wie in de tuin toch liever wat meer exotische kleur uit hybride bloemen zoekt, vormen Zinia’s een ideale nectarbron voor vlinders in de nazomer en herfst. Zinia is een forse plant 50-75 cm hoog die overvloedig bloeit met grote bloemen (5-10 cm) in een variatie aan kleuren van eind juli tot aan de eerste vorst. Veel van de grotere vlinders blijven in de nazomer en het najaar dagen drinken van deze planten: atalanta, dagpauwoog, distelvlinder, koninginnepage, koolwitjes, kolibrievlinder, gamma-uil, zandoogjes, luzernevlinder, ... ze zijn er allemaal zot van. Zinia’s zijn ook zeer geschikt als snijbloem.


Zinia’s zijn eenjarig en worden gezaaid begin mei op een zonnige plaats; ze groeien best op een wat rijkere, luchtige bodem. De jonge zaailingen dienen gedund tot ze op 10-20 cm komen te staan; de tussenliggende plantjes kunnen verplant worden. Wie reeds vroeg bloemen wil, kan in maart-april binnen in potten zaaien en vanaf midden mei buiten uitplanten. Men kan in het late najaar zaad winnen om zelf de teelt verder te zetten.

Zinia elegans is een eenjarige plant uit Mexico die bij de minste vorst afsterft. Ook het zaad overleeft de winter niet, zodat er geen risico is dat deze exotische planten uit je tuin “ontsnappen” en verwilderen in onze natuur.

IJzerhard (Verbena bonariensis)

Beemdkroon (Knautia arvensis)

Damastbloem (Hesperis matronalis)

Hemelsleutel (Sedum spectabile)

Herfstaster (Aster novi-belgii)

Koninginnekruid (Eupatorium purpureum)

Lavendel (Lavendula sp.)

Vaste muurbloem (Erysimum cheiri)

Enkelbloemige afrikaantjes (Tagetes)

 

a..Veel of weinig nectar?

 

Niet alle bloemen hebben evenveel nectar. Sommige bloemen, zoals rozen en klaprozen, hebben zelfs helemaal geen nectar. Je zal er dan ook geen vlinders op vinden. Andere planten bevatten veel nectar (vlinderstruik, braam…) en trekken heel veel vlinders aan. Het volstaat dikwijls om ’n tijdje oplettend vlinders gade te slaan om te ontdekken welke planten hun voorkeur wegdragen.
Niet alle vlinders lusten alle soorten nectar even graag. Om verschillende vlindersoorten naar jouw tuin te lokken, kan je best voor verschillende soorten nectarrijke planten kiezen. Je kan zowel wilde soorten als gecultiveerde soorten gebruiken. Zet planten van eenzelfde soort in kleine groepjes bij elkaar. Zo zijn ze gemakkelijker te herkennen voor vlinders dan als je telkens maar één exemplaar zet.

b..Bereikbare nectar

 

Vlinders hebben een lange roltong. Hiermee kunnen ze tot heel diep in bloemen nectar gaan snoepen van bijvoorbeeld lavendel en salie. Planten met gevulde bloemen vormen echter een probleem. Gevulde bloemen zijn meestal het gevolg van kunstmatige selectie van planten. Hierbij wordt geselecteerd op bloemen waarvan de meeldraden omgevormd zijn tot kroonblaadjes. Door al die kroonblaadjes kunnen de vlinders niet meer tot bij de nectarbronnen. Doordat de overblijvende meeldraden verstopt zitten tussen de vele kroonblaadjes zijn die bloemen ook voor andere insecten minder interessant.

 

c.Nectarrijke planten, het hele jaar door..

.

Zorg ervoor dat er nectar van in het vroege voorjaar tot in de late herfst te vinden is in je tuin. Tijdens de zomermaanden vinden vlinders genoeg voedsel, maar de vroege vlinders zoals kleine vossen en de late vlinders zoals atalanta’s en dagpauwogen hebben soms moeite om voldoende te eten te vinden.
In het voorjaar zijn wilg, sleedoorn, peperboompje en hazelaar belangrijke nectarleveranciers, evenals kruidachtige planten zoals groot hoefblad, longkruid, hondsdraf en krokussen.
In het najaar zijn hemelsleutel, koninginnekruid, laatbloeiende vlinderstruiken en klimop belangrijk.
Elke tuin is anders van oppervlakte, bodem, bezonning,... De optimale plantenkeuze kan dus verschillen tussen tuinen.

 

3.Inheems of uitheems, los of strak?

 

Inheemse planten hebben over het algemeen meer te bieden dan cultuurplanten. De meeste waardplanten zijn inheemse soorten. Wat nectaraanbod betreft kijken vlinders er helemaal niet naar of het om een inheemse of een uitheemse soort gaat.
Inheemse, wilde soorten roepen bij veel mensen associaties op met slordige, verwaarloosde tuinen op. Het is inderdaad zo dat het gebruik van inheemse soorten veel wordt toegepast door mensen die de natuur in hun tuin wat meer haar gang laten gaan. Maar niks belet om ook in een strak vormgegeven tuin wilde planten toe te passen. Wilde planten kunnen net zo goed in borders worden toegepast als gecultiveerde soorten. Een duidelijke structuur helpt om plantengroepen mooi te laten uitkomen. Je hoeft helemaal geen bloemenweide aan te leggen om je tuin aantrekkelijk te maken voor vlinders (maar het helpt wel natuurlijk). Wil je toch een bloemenweide aanleggen, maar hou je het liever een beetje strak, dan kan je doorheen je bloemenweide rechte stroken kort houden en als gazon onderhouden.

 

4.Rottend fruit...lekker!

 

Appels, peren en pruimen die van je fruitbomen gevallen zijn, kan je gewoon op de grond laten rotten. Ze zijn een geliefkoosd toetje voor vlinders zoals de atalanta. Sommige vlinders drinken zelfs helemaal geen nectar, en leven enkel van sap van bomen en rottend fruit!

 

5.Tuininrichting

 

1.Warmte en beschutting

 

Vlinders zijn koudbloedige dieren. Ze kunnen hun eigen lichaamstemperatuur niet op peil houden. Om warm te worden zijn ze afhankelijk van de zon. Door met hun vleugels open te zitten vangen ze zoveel mogelijk zon op. Wanneer ze warm genoeg hebben sluiten ze hun vleugels. Van zodra hun lichaamstemperatuur ca. 20° is, kunnen ze vliegen. Wanneer het te koud is houden ze zich schuil op een beschut plekje en wachten tot het weer betert. Is het echt te warm, zoeken ze een schaduwplekje op. Nectarrijke planten in de schaduw zullen dus enkel opgezocht worden wanneer het echt heel warm is.
Gewoonlijk zijn er voldoende beschutte plekjes in een tuin. Mensen creëren dergelijke plekjes ook voor zichzelf door hagen, heggen, muren of schuttingen aan te brengen. Een haag of heg ‘absorbeert’ de wind. Een muur daarentegen vormt een ondoordringbare barrière waar de wind omheen moet. Hagen en heggen geven daardoor meer beschutting dan een muur.
Om die plekjes extra interessant te maken, kan je aan de voet van de muur, haag of heg verschillende nectarrijke planten zetten.
Vlinders vinden genoeg kleine beschutte plekjes. Los uitgroeiende heggen of struikengordels bieden veel van die luwe plekjes.

 

2.Structuur en variatie

 

Om je weg te vinden gebruik je bepaalde herkenningspunten in je omgeving. Je weet dat je aan dat bushokje linksaf moet en aan dat gebouw met die gekke ramen weer rechtsaf en dan rechtdoor tot aan de brug…Bij vlinders is dat net zo. Zij gebruiken de planten in je tuin als herkenningspunten. Wanneer je grote bloemenperken hebt met maar een soort plant erin, vliegen vlinders verloren. Vlinders hebben behoefte aan een gestructureerde en gevarieerde omgeving, afwisseling van hoge en lage planten, bomen, struiken, kruiden, een stukje gazon...
Hoog uitstekende planten (ook bomen) worden door mannetjes-vlinders gebruikt als uitkijkpost om vrouwtjes te zoeken.

 

a.Bloemrijk grasland

 

Een bloemrijk grasland wordt door veel vlinders bezocht. Enkele typische soorten zijn icarusblauwtje, bruin zandoogje, kleine vuurvlinder, dagpauwoog en kleine vos. De bloemrijkste graslanden krijg je op relatief voedselarme bodems. Heb je een eerder voedselrijke grond, dan zal je iets meer gras en iets minder bloemen hebben.
Een bloemrijk grasland op voedselarme grond hoef je maar één maal te maaien. Een grasland op voedselrijkere bodem maai je beter twee of zelfs drie maal per jaar. Je laat best elk jaar ongeveer 10% van je grasland gewoon staan. Dat zorgt voor variatie in structuur, voor een continu voedselaanbod voor vlinders en voor een plekje waar rupsen ongestoord kunnen ontwikkelen. Laat elk jaar een ander stukje staan.

 

b.Stenige omgeving

 

Stenen houden de warme van de zon goed vast. Langs muren en stenige paden is het daardoor meestal lekker warm. Nectarrijke planten langs een muur of langs de rand van een pad zijn daarom dikwijls erg in trek zijn bij vlinders.

 

c.Bomen en struiken

 

Bomen, hagen, heggen en struiken vormen het geraamte van je tuin. Wilgen, sleedoorn en prunus-soorten zijn vroege bloeiers en zijn belangrijke nectarleveranciers. Het boomblauwtje is een klein vlindertje dat verschillende houtige soorten als waardplant gebruikt: hulst, klimop, wegedoorn, kornoelje, struikheide, kardinaalsmuts, sporkehout. Je vindt boomblauwtjes tot in de kleinste stadstuinen.
Heb je een kalkrijke bodem, dan kan je kiezen voor wegedoorn; een soort waarop je de citroenvlinder terugvindt.

 

d.Mini-bosrand

 

Vlinders houden van bloemrijke zuidelijke bosranden. Ze vinden er veel beschutte plekjes. In je tuin kan je ’n zuidelijke bosrand nabootsen door enkele bomen aan te planten met een struikengordel ervoor en dan een kruidlaag die overgaat in het gazon… Heb je een kleine tuin, dan kan je ’n mini-bosrand aanleggen. Daar kan je de bomen vervangen door een geschoren haag of door klimplanten. Die laat je dan overvloeien in een bloemenborder en dan naar je gazon.
Ook voor jou is zo’n bosrand-imitatie heel bloeiend. Door die gelaagde opbouw kan je veel verschillende plantensoorten combineren en kan je het jaarrond genieten van een b(l)oeiende beplanting.
In je mini-bosrand kan je nectarrijke planten gebruiken zoals wilde kamperfoelie, sleedoorn, wegedoorn, geoorde wilg, grauwe wilg, laurierwilg of brem.

 

e.Hagen en heggen

 

Om windstille plekjes te maken zijn hagen en heggen beter dan een schutting. Een schutting onderbreekt de wind, hagen en heggen doven de wind stilletjes uit.
Een heg is een min of meer lijnvormig element, samengesteld uit één en dezelfde soort struiken of uit verschillende soorten. Meestal wordt een heg niet gesnoeid in de hoogte, soms wel in de breedte. Let op met je soortenkeuze. Veel struiken worden als snel 4 meter breed.
Een haag is een vrij strak groenelement dat eveneens uit een of meerdere soorten kan bestaan. Hagen worden regelmatig geschoren en geven veel groenafval. Soms worden opgaande bomen tussen de haag in geplant. Die worden als oriëntatiepunt en ontmoetingsplek gebruikt door vlinders.
De eerste tijd na de aanplant kan een haag er kaal uitzien. Plant ertussen radijzen, judaspenning, damastbloem of vergeet-me-nietjes.

 

f.Kruidentuin- en moestuin

 

Bloeiende kruiden vormen een goede nectarbron. Vooral sterk geurende kruiden, zoals tijm, lavendel, munt, hysop, salie, rozemarijn en marjolein worden veel door vlinders bezocht.
De bloemen van braam, framboos en aardbei zijn een favoriete nectarbron voor het oranje zandoogje, de gehakkelde aurelia en diverse blauwtjes. Blauwtjes voeden zich ook met nectar van peulvruchten, zoals de erwt en de tuinboon. Op doorgeschoten radijzen komen ook heel veel vlinders af.
Koolwitjes hun eitjes op kolen. De rupsen eten grote gaten uit de bladeren en eten het blad soms kaal tot op de nerf. Om te vermijden dat je kolenoogst door een rupsenplaag mislukt, bedek je de koolgewassen met een gaas tegen insecten.

 

g.Klimplanten

 

Verschillende klimplanten zijn belangrijke waardplanten voor vlinders: klimop voor de citroenvlinder, Oost-Indische kers voor koolwitjes. Nectarrijke soorten zijn oa. heggenrank, vogelwikke, clematis met kleine geurende bloemen, breedbladige lathyrus, hop en (doornloze) braam.

h.Molshopen

Molshopen worden door de meeste tuiniers vervloekt. Verschillende vlinders gebruiken ze echter als uitkijkpost.

 

6.Overwinteringsplaatsen

 

Elke vlindersoort heeft zijn eigen methode om de winter door te komen; als eitje, rups, pop of vlinder.
Sommige soorten zoals de atalanta en de distelvlinder zoeken in de winter zonniger oorden op en vliegen naar het warme zuiden. In het voorjaar keert een nieuwe generatie weer terug.
De dagvlinders die als vlinder hier overwinteren (citroenvlinder, grote vos, kleine vos, dagpauwoog…) zoeken een beschut plekje op zoals een zolder, een holte in de grond, een schuurtje, een holle boom of een houtstapel. De citroenvlinder gaat gewoon aan de bladeren van groenblijvende planten hangen zoals klimop of hulst.
De meeste vlinders overwinteren als rups. Je kan hen al vroeg in het voorjaar zien (koniginnepage, landkaartje, oranjetip).
Eitjes, rupsen en poppen zitten tussen planten, tussen uitgebloeide stengels, in het strooisel onder dorre bladeren, in het gras of in de grond. Begin je tuin dus zeker niet op te ruimen voor de winter. In een kale, schoongeharkte tuin kan geen vlinder overwinteren. Laat al het dode plantenmateriaal tot in de lente staan. Wat er daarna overblijft, kan je versnipperen en tussen de overblijvende beplanting laten verteren.

 

7.Vlinderkast- zin of onzin

 

Op diverse plaatsen zijn vlinderkasten te koop. Door de verticale sleuven kunnen vlinders een ongestoord rustplekje opzoeken voor de nacht en voor de winter. In praktijk blijkt dat voornamelijk spinnen en allerhande kleine insectjes de weg naar de vlinderkasten vinden, maar dat je er zelden een vlinder in ziet.

8.Omvormen van een bestaande tuin of inrichten nieuwe tuin

Met een nieuwe tuin kan je nog alle kanten uit. Bij bestaande tuinen moet je rekening houden met wat al aanwezig is. Meestal is dat een voordeel.
In een bestaande tuin zijn er dikwijls oude(re) bomen en struiken aanwezig. Ze geven direct 'body' aan je tuin. Beetje bij beetje kan je je tuin dan omvormen tot een voor vlinders interessantere tuin door introductie van nectar- en waardplanten bijvoorbeeld. Laat uitgebloeide plantenresten tot in het voorjaar staan zodat dieren in de stengels kunnen overwinteren. In het voorjaar versnipper je de dode resten en laat ze ter plaatse verteren zodat er een strooisellaag kan ontstaan.
Bij aanplant van bomen, struiken en hagen houdt je best rekening met de schaduwwerking ervan, zowel voor vlinders als voor jezelf. Vlinders houden van zon. Vlinders zoeken enkel de schaduw op als het echt te warm is.

 

a.Omheining

 

Hagen en heggen bieden beschutting, voedsel en nestgelegenheid voor allerlei dieren. Ze vormen dan ook de meest diervriendelijke omheining voor je tuin. Heb je niet voldoende plaats of heb je een ommuurde tuin, dan zijn er nog ander mogelijkheden. Je kan een muur of schutting laten begroeien door klimplanten. Een andere mogelijkheid is een vlechtwerk van wilgentenen of andere natuurlijke materialen. Vlinders vinden er beschutting.

 

b.Belang van gifvrij beheer

 

Het grootschalig gebruik van bestrijdingsmiddelen is een van de belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van dagvlinders. Bestrijdingsmiddelen doden niet alleen rupsen. Ook vlinders die even gaan uitrusten op een plant die met bestrijdingsmiddelen is behandeld kunnen sterven.
In een siertuin heb je helemaal geen bestrijdingsmiddelen nodig. Als je een gevarieerde beplanting hebt en je de juiste plant op de juiste plaats zet, zal je weinig te maken krijgen met ziekten en plagen. En gaat er toch nog eens iets mis, relativeer het probleem dan. Planten kunnen best wel tegen een stootje.

 

c. Beetje geluk

 

Je hebt natuurlijk niet alles zelf in handen. Of je veel of weinig vlinders naar je tuin kan lokken is ook afhankelijk van de omgeving waarin je tuin ligt. Een tuin in een kleinschalig landschap met veel bloeiende planten zal sneller verschillende soorten vlinders op bezoek krijgen dan een ingesloten stadstuintje. Laat je echter niet ontmoedigen: in de allerkleinste stadstuin, zelfs in bloembakken zullen nectarrijke planten vrolijke fladderaars aantrekken.

Deze tuintips werden uitgewerkt door Natuurpunt in samenwerking met

Website Natuurpunt : http://www.vlindermee.be/tuintips.aspx
Website vlinderwerkgroep : www.bilzenvlinderstad.be